Blog

Als je denkt dat alles tegenzit, denk dan opnieuw.

Zorgt passend onderwijs voor meer respect en begrip?

Passend onderwijs is een punt wat erg speelt in de huidige maatschappij. Iedereen heeft recht op onderwijs en basisscholen zijn verplicht bijzondere kinderen een plekje te geven of anders een plekje voor ze te zoeken. Laten we maar voorop stellen dat bij de scholen alles valt en staat met geld. Maar we hebben niet alleen met de school te maken. Ook voor andere ouders is het bijzonder dat er opeens kinderen in de klas komen die ‘anders’ zijn dan gemiddeld. Over het algemeen horen wij alleen maar positieve reacties over het feit dat Joas na de zomer naar regulier onderwijs gaat. Soms verbaasd, in de zin van, oh kan dat dan? Maar wel positief. Maar wat ik laatst via via hoorde, “zulke kinderen (mijn kind dus) eisen alleen maar meer tijd op die eigenlijk naar onze kinderen had moeten gaan.” Excuse me? Zulke kinderen? Onze kinderen? Zijn ‘zulke’ kinderen minder dan ‘onze’ kinderen?

Twee blogs geleden schreef ik over het feit dat Joas na de zomervakantie voor twee ochtenden per week gaat starten op regulier onderwijs, samen met een persoonlijk begeleider. De bedoeling is dat deze ochtenden steeds iets worden uitgebreid en dat hij uiteindelijk volledig naar school zal gaan. Wat is onze motivatie hiervoor? Waarom regulier onderwijs? Doen we alleen Joas hier voordeel mee?

Ik ben van mening dat Joas er baat bij heeft om gedrag te zien van andere kindjes ‘zonder iets’. Dat hij leert wat de norm is en dat hij gedrag gaat imiteren. Joas is nu eenmaal een meester in nadoen van handelingen en hij kan heel goed structuur herkennen. Hij doet iets omdat het nou eenmaal zo hoort. Daarnaast vind ik het belangrijk dat hij zich op kan trekken aan kindjes die net iets verder zijn dan hij. Dat hij uitdaging krijgt en dat er niet bij voorbaat van uit wordt gegaan dat hij dingen niet kan. Uiteraard zal het gat tussen hem en zijn klasgenootjes steeds iets groter worden, maar toch blijft het belangrijk dat hij blijft zien welk gedrag en welke regels er bij welke leeftijd horen.

Passend onderwijs heeft niet alleen voordelen voor Joas. Ik denk oprecht dat het een wisselwerking heeft. Want kinderen ‘zonder iets’ behoren ook te weten dat niet iedereen hetzelfde is. Dat iedereen uniek is en dat je respect moeten hebben voor de ander ondanks de verschillen die er zijn. Of dit nu is in uiterlijk, IQ, huidskleur of godsdienst bijvoorbeeld. Tevens denk ik dat het goed is dat men al jong leert dat het normaal is dat je voor je medemens zorgt en dat je je medemens liefhebt. Dat je elkaar helpt verder te komen in het leven, en dat je soms iets moet op offeren voor het geluk voor de ander. En het meest belangrijke, dat je mensen in zijn of haar waarde laat. Want wie ben jij om te oordelen over een ander?

Vroeger werden mensen met downsyndroom weggestopt in instellingen. Want ze waren een schande voor de maatschappij, een teleurstelling. Ze werden afgedaan als minder. En ik denk dat mensen tegenwoordig, door wat er toen met mensen met downsyndroom gebeurde, nog steeds met een scheef oog naar ze kijken. Downsyndroom blijft voor velen nog steeds ‘een ver van je bed show’. En zolang je er niet mee in aanraking komt zul je ook nooit de mogelijkheden zien. Zul je ook nooit zien dat ze ondanks de bijzondere extraatjes net zo zijn als jij. Doordat kinderen met downsyndroom nu de kans krijgen op regulier onderwijs zullen ook kinderen ‘zonder iets’ op jonge leeftijd al zien wat downsyndroom is. Ze raken ermee bekend. Het wordt gewoon in plaats van ‘anders’. Ze zullen de beperking minder zien. Ze groeien met elkaar op. En in ons geval, zal Joas gewoon Joas zijn voor zijn klasgenootjes. Joas is net iets anders, maar toch zo gelijk. Joas hoort bij ons in de klas. En we maken net zo goed ruzie met Joas om een schepje of een emmer en we spelen net zo goed met Joas als met een ander kindje. Want Joas is Joas. En niet, Joas is dat jongetje met downsyndroom.

Om terug te komen op ‘zulke kinderen, onze kinderen’…. Waarom is mijn kind minder? Omdat hij minder zelfstandig is? Waarom heeft mijn kind minder rechten? Omdat hier meer geld aan moet worden uitgegeven? Is ‘jouw’ kind te goed om mijn kind af en toe een handje te helpen? Mijn kind wil net zo goed als jouw kind onderdeel uitmaken van deze maatschappij. Hij wil later ook zijn steentje bijdragen en wil later ook anderen gelukkig maken.

Mensen zijn van nature bang en argwanend voor het onbekende. Maar als we op deze manier het onbekende, bekender kunnen maken voor de mensen, zorgt dit dan niet voor meer wederzijds begrip, meer respect en meer tolerantie? Ik denk van wel.

Tot slot wil ik erbij zeggen, wij zijn voorstander van passend onderwijs en vinden het fantastisch dat wij een school hebben gevonden die Joas met open armen ontvangt. Iets wat nog niet voor iedereen is weggelegd. Tevens snappen wij ook de keuze van ouders voor speciaal onderwijs. Het geluk van Joas staat voorop. Mochten wij door krijgen dat Joas niet meer gelukkig is op de reguliere basisschool, of mocht school (vaak vanwege financiële redenen) Joas niet meer kunnen bieden wat wij verwachten en wat hij nodig heeft dan staan wij zeker open voor speciaal onderwijs.

Blijf op de hoogte via onze Facebookpagina en like ons nu: https://www.facebook.com/bzzonder

passend onderwijs downsyndroom

Dit mooie blog is geschreven door Elise van der Velde. Met haar toestemming plaats ik af en toe blogs van haar. Ze blogt over het leven met man Remco en kinderen Ties, Rijk, en Loes. Ties is spastisch, niet-sprekend en volledig afhankelijk.

Ik pak de rechterhand van mijn spastische zoon stevig vast. Ik klem er een rode viltstift in. Ik hou een A4 schetsboek rechtop voor zijn neus. Als een schildersdoek.

‘IK’ heb ik met grote letters op het blad geschreven.
Ik sleur de onwillige knuist met de viltstift lichtelijk over het papier. Het voelt als glaasje draaien.
‘Eerst de ‘i’: naar beneden en een punt. Zo. En nu de ‘k’: naar beneden, dan weer omhoog, en dan weer naar beneden. Zie je dat? IK!’
‘Je lijkt wel gek’, zegt een stemmetje in mijn hoofd. ‘Ties gaat nooit leren schrijven. En met zijn motoriek heeft hij voor elke zin een spandoek nodig.’

Maar ik hou hoop. Want ik weet dat er meer Tiezen bestaan.
‘Je moet gewoon accepteren dat je kind verstandelijk gehandicapt is,’ kreeg de vader van K. te horen. Inmiddels doet ze het VWO.
‘Je put hem uit met je extra oefeningen thuis, hij is op school hartstikke moe!’ beschuldigden de juffen de moeder van L. Zijn ‘vermoeidheid’ bleken meerdere epileptische aanvallen per dag te zijn. Sinds kort krijgt hij vanuit huis les en leert hij wél lezen en rekenen.

‘Dat zijn pas goede ouders!’ roept het stemmetje. ‘Jij zit alleen maar de gave gehandicaptkind-moeder uit te hangen met je getwitter en je Instagramstories en je geblog. Ondertussen ben je te beroerd om je baan op te zeggen.’ Inderdaad. Ik heb nog de illusie dat ik het samen met Ties z’n gemotiveerde leerkrachten en therapeuten voor elkaar ga krijgen. En er moet veel gebeuren voor ik stop met werken. Doe ik dan wel genoeg?

‘Hoop is de zekerheid dat alles wat je doet, zin heeft,’ zei Vaclav Havel ooit. ‘Wat het resultaat ervan ook zal zijn.’ Dus klem ik de viltstift die Ties net voor de zoveelste keer heeft losgelaten weer in zijn hand. We maken een streep naar beneden. We zetten een punt.
Ik verslap mijn grip een beetje: ‘Weet je wat? Doe het nu maar eens zelf.’
Ties zet een streep naar beneden. ‘Logisch,’ zegt het stemmetje, ‘Dat is zijn spasme, ál zijn tekeningen bestaan uit lijnen die recht naar beneden wijzen. Hij zal nooit leren schrijven en dus nooit leren lezen.’
Dan gaat zijn hand op het juiste moment omhoog. En netjes naar beneden.
‘IK!’ gil ik uit. ‘Je hebt zelf IK geschreven!’
Ties heft met moeite zijn hoofd op en bekijkt loensend het resultaat. Een sliertje kwijl druipt op zijn rolstoelblad. Hij lacht.
Het stemmetje zwijgt.

Elise is partner bij Stichting Lotje en Co waar ook meer blogs van haar zijn te vinden.

hoop en zekerheid IK

…. Moeder zijn! En niet moeilijk in de zin dat ik niet van kinderen houd, want ik houd zielsveel van ze en zou ook niet meer zonder ze kunnen. Maar meer moeilijk in de zin dat je eigen ‘kunnen’ op de proef wordt gesteld, niemand je kan vertellen wat de juiste manier is en je pas later als je kinderen groot zijn weet of je het goed hebt gedaan.

Mensen die mij kennen weten dat ik een strebertje ben. Iemand die vroeger graag hoge cijfers haalde, iemand die overal altijd graag de beste in wilde zijn (ja ik heb heel wat wedstrijdjes gevoerd in mijn hoofd). Ik ben zeer prestatie- en resultaatgericht en ‘gemiddeld’ is niet goed genoeg. Man man man… Ben ik daar even van teruggekomen!

Ik kan me nog zo goed heugen dat toen Joas nog klein was, laat zeggen 6-8 maand oud en we hem hapjes fruit/groente voerden, zowel Wilfred als ik met een doekje op schoot zat om elke stukje wat over zijn kin naar beneden liep weg te vegen. Als hij de fles kreeg zaten wij met een doekje in de aanslag om de straaltjes melk weg te vegen. Hij werd ingepakt in slabbers en theedoeken zodat zijn kleren niet vies werden van het eten. Hij ging netjes elke avond in bad en elke plasje (en poepje natuurlijk) werd verschoond. Bij Joas had ik nog niet echt een panisch gevoel dat ik geen idee had waar ik mee bezig was als moeder zijnde. Hij was over het algemeen een heel makkelijk baby, hij huilde niet, was heel tevreden, kon uren wippen in zijn wipper en vermaakte zich prima in de box. Maar toen…

….kwam nummer twee. En die heeft ruimschoots alles goedgemaakt. Meneer 2 was een onrustig typetje, eigenwijs en wilde alles zien en alles meemaken…. Ook ’s nachts! Urenlang heb ik met hem ’s nachts gezeten niet wetende waarom hij huilde. Flessen gemaakt, luiers verschoond, gewiegd, gekriebeld, gezongen. Jens wordt na de zomer 3 jaar. Maar tot hij zeker ruim 2 jaar oud was kan ik de nachten die hij heeft doorgeslapen op twee handen tellen. (Voor alle moeders die ook het einde van tunnel niet meer zien, het is goed gekomen.)

Ik was moe, werd heel onzeker, miste mijn vrijheid, miste mijn sociale leven, miste mijn man (die vaak in het buitenland zit). Aan het einde van een dag wist ik van voren niet meer of ik van achteren nog leefde. Had ik het nu goed gedaan of niet? En zodra ik dacht dat ik op de goede weg was begon meneer 2 weer te huilen, wilde meneer 1 niet eten en spuugde alles op de grond, werd al het speelgoed door de kamer geslingerd en luisterde zowel meneer 1 als meneer 2 niet naar mij. Ik kon net zo goed buiten tegen een boom gaan praten. Evenveel respons en een stuk rustiger.

Moeder zijn is helaas niet aan het einde van de dag een cijfer krijgen hoe je het hebt gedaan. Meneer 1 en 2, hoe heeft mama vandaag gescoord op de mama-schaal? Een 9 of een 10 misschien? Moeder zijn is je leven in het teken van je kinderen zetten. Moeder zijn is van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat AAN staan. Moeder zijn is met je twee kinderen vergaderen op de wc terwijl je zelf aan het poepen bent. Moeder zijn is je eten delen, je bed delen, je leven delen.

Moeder ben je vanaf het moment dat je kind geboren is. Maar ik kan in alle oprechtheid pas zeggen dat nu ze wat ouder zijn ik pas het gevoel heb iets van controle terug te krijgen over mijn leven. Ik heb bepaalde dingen veranderd en geaccepteerd om het zo makkelijker voor mezelf te maken. Ik probeer het plannen wat los te laten. Vooral op de dagen dat ik thuis met ze ben, neem ik me voor de dag stapje voor stapje te doen. Om niet teveel doelen te stellen over wat we allemaal moeten doen (boodschappen, apotheek, verjaardagen etc). Om meer in het moment te leven. En soms lukt dat en soms niet.

Ik neem me voor om bepaalde dingen wat positiever te zien en dit ook vooral te benoemen. “Wat een prachtige krijt-tekening heb je gemaakt op mama’s tv-meubel. Heel artistiek. Maar ga nu maar met je mooie kl*te-krijtjes naar BUUIIITTEEENNNNN!!!!” zei ze op een heel lieve toon.

Op een gegeven moment wordt ‘gemiddeld’ jouw ‘goed-genoeg’ en dat is ook prima. Want perfectie in moederschap bestaat niet. Dan maar een keer een ongestreken T-shirt. Dan maar een keer hagelslag in je haar. Dan maar een keer op blote voeten mee. Dan maar een keer met tandpasta op je wang mee in de auto. Dan maar op Ipad tijdens het eten. I don’t care.. Ik laat het los. I choose my battles.

Ik probeer heel bewust regelmatig een dag of een avond voor mezelf te plannen, waarin mijn hersenen zich weer even kunnen ordenen. Waarop ik boodschappen kan doen en heerlijk op mijn dooie gemakje door die supermarkt kan struinen, en niet de helft vergeet. Waarop ik, al televisie kijkend, de was kan opvouwen op bed en halverwege in slaap val, midden op de dag. Waarop mijn blog kan schrijven en waarop ik rustig op de bank een broodje kan eten zonder een elleboog in mijn gezicht te krijgen. Ik werk drie dagen in de week en ik vind het heerlijk dat dit stukje van mij zelf is.

Ik vind het heerlijk om pessimistische opmerkingen te maken over het moederschap. En ik heb besloten dat ik dit ook mag van mezelf. En een ieder die het moederschap helemaal ‘in de gloria’ vindt zeg ik: ‘wat heb je het getroffen!’

En ondanks mijn geklaag en mijn gebitch vind ik het super bijzonder en heerlijk dat ik weer zwanger mag zijn van ons derde kereltje! En verheug ik me op zijn komst (en vooral de wijn die je daarna weer mag drinken). Ondanks de onzekerheden die komen kijken bij het moederschap, weet ik er toch al twee vrolijk te houden. Ze doen het nog steeds. Dus die derde zal misschien helemaal geen slabber meer voor krijgen, zal misschien twee keer per week eens een bad zien en misschien eens twee plasjes per luier doen. I will survive this!!

Joas en jens knuffelen moeder zijn

In juli wordt Joas alweer vier jaar en mag hij dus naar school. Wat voor andere kinderen misschien niet zoveel voorbereiding vergt is dat bij Joas toch anders. Wij hebben inmiddels een keuze gemaakt en zijn dankbaar voor alle hulp die we hier bij gekregen hebben, want er komt best veel bij kijken. En waar het eigenlijk op aankomt is heel hard gezegd: wie wil jouw kind op school hebben? Want ook al zijn ze vanuit passend onderwijs verplicht een plekje voor hem te creëren of te zoeken, valt en staat alles met geld!

Toen Joas ongeveer 2,5 jaar was zijn we ons gaan oriënteren wat betreft het basisonderwijs. Al gauw was duidelijk dat wij voorstander zijn van het proberen op regulier onderwijs. Vooral omdat wij denken dat Joas hier cognitief gezien erg veel kan leren en aangezien hij een meester in imiteren is denk ik ook dat hij qua gedrag hier veel kan opsteken met betrekking tot omgang met anderen, regels en vooral het luisteren.

Wij hebben een aantal reguliere basisscholen bezocht en al snel sprong er één uit. Toevallig is dit ook de oude basisschool waar ik zelf op heb gezeten en is het ook nog eens de basisschool het dichtste bij ons in de buurt. Kortom, we vallen met onze neus in de boter. Het voelde als een warm bad en we voelden ons erg welkom. Men begon niet meteen over de dingen die niet mogelijk zijn, en ook niet over de voorzorgsmaatregelen (vooral papierwerk) die ze moeten nemen mocht speciaal onderwijs toch nodig zijn. Geheel open zijn zij het gesprek in gegaan, zonder Joas ooit te hebben ontmoet.

Toen Joas drie jaar werd zijn we begonnen met het voorbereiden op de basisschool. De kinderopvang plus waar hij momenteel heen gaat draagt hier zeer goed aan bij. Hij gaat hier vier dagen heen en zij hebben voor hem een soort van zorg-ontwikkelplan opgesteld. Hierin worden diverse doelen beschreven met het oog op de basisschool. Denk hierbij echt aan de meest simpele dingen: Joas kan 10 minuten in een kring zitten. Joas kan zoveel minuten samen spelen met een ander kindje. Joas kan zoveel minuten zonder luier zonder dat hij plast en poept. Joas kan zelfstandig zoveel minuten aan tafel spelen. De meest basic dingen eigenlijk, die voor andere kindjes heel ‘gewoon’ zijn. En als je deze doelen ziet, zijn het vooral ‘gedrags-doelen’. Als je kijkt naar wat hij cognitief al kan en begrijpt denk ik dat je verbaasd zal zijn. Het herkennen van kleuren, vormen en ongelooflijk veel plaatjes herkennen. Het enige verschil hierin met een ander kind is dat hij niet praat. Er zit zoveel in, maar het komt er (verbaal) niet uit. Maar hij doet hierin zeker niet onder voor andere kindjes. Tevens vind ik het goed voor kindjes zonder ‘iets’, want ook zij moeten leren dat niet iedereen hetzelfde is. Juist daar worden de zaadjes gepland om voor elkaar te zorgen en naar elkaar om te kijken!!

De basisschool zelf is ook bezig met voorbereiden, want het voor hun de eerste keer dat zij een kindje met downsyndroom op school krijgen. Zo heeft de onderwijsassistent de workshop Leespraat gevolgd en hebben ze zelfs al nagedacht over welk lokaal ze gaan gebruiken voor de groep 1 van na de zomer, met het oog op het weglopen van Joas (ver bij de uitgang vandaan dus).

Vanuit Centrum Jeugd en Gezin krijgen wij een fantastische ondersteuning met betrekking tot de begeleiding die Joas nodig heeft. Na de zomer gaat hij twee ochtenden starten aangevuld met de kinderopvang die hij momenteel heeft. Deze twee ochtenden krijgt hij acht uur individuele begeleiding in de klas. Vergeleken met andere verhalen die wij horen is dit echt luxe en zijn wij hier zeer blij mee. Vooral na alle verhalen en nieuwsberichten die je deze week nog voorbij zag komen met betrekking tot Passend Onderwijs en de tijd die leerkrachten te kort komen om deze kinderen goed te begeleiden. De begeleider zal Joas ondersteunen in het leerproces, het aanleren van gedrag etc.

Over een jaar tijd willen we deze twee ochtenden uitbreiden naar fulltime school en geen kinderopvang meer. We zijn zeer benieuwd hoe dit gaat zijn en hoe hij zich gaat ontwikkelen.

Daarbij wil ik zeggen dat wij absoluut niet tegen speciaal onderwijs zijn. Maar als ik zie hoe hij zich op het kinderopvang plus groepje optrekt aan de kindjes ‘zonder iets’ denk ik echt dat regulier onderwijs momenteel zeer goed voor hem is. En zoals ik hierboven al zeg, ik denk dat hij in zijn gedrag misschien achterloopt bij andere kindjes (hij is immers geestelijk toch wat jonger) maar cognitief doet hij absoluut niet onder voor anderen, voor nu.

Mocht uiteindelijk blijken dat hij zich ongelukkig gaat voelen en niet meer past op regulier onderwijs dan zullen wij absoluut openstaan voor speciaal onderwijs. In the end willen we allemaal het beste voor ons kind en willen we dat hij gelukkig is.

Wij gaan nu af en toe al even een kwartiertje binnenkijken bij de basisschool samen met Joas. Dan kan hij nu alvast iets wennen. Zie foto hieronder.

regulier of speciaal onderwijs passend onderwijs

Met enige regelmaat krijgen wij de vraag: Wist je van tevoren dat Joas downsyndroom had?

Ruim vier jaar geleden is het alweer dat ik erachter kwam dat ik zwanger was van ons eerste kindje. Op 27 september 2013 zijn we getrouwd en van te voren was al duidelijk dat we graag kinderen wilden, het liefst drie. Dus toen we eenmaal getrouwd waren dachten we, laten we het maar gewoon ‘proberen’. Ik had nog een contract voor bepaalde tijd en Wilfred zat volop in een zoektocht naar een vliegbaan (vanuit zijn toenmalige baan). Eigenlijk komt het nooit goed uit en is het ook niet te plannen. Gelukkig was het snel raak bij ons en waren we in de wolken.

Vanaf toen zijn we eigenlijk in een achtbaan geraakt, die eerst eigenlijk heel erg leuk was. Een paar dagen nadat ik de zwangerschapstest had gedaan kreeg Wilfred een baan in Thailand aangeboden (we waren hier ook op honeymoon geweest). Ik dacht… W*** T** F***?? Tuurlijk, net nu! Wilfred is helikopterpiloot, een branche waar de banen niet voor het oprapen liggen. Dus elke kans moet je grijpen. We hebben ook niet zolang hoeven te overleggen. Wilfred zou gewoon gaan. Het zou immers nog negen maanden duren voordat de baby er zou zijn. En je kunt beter spijt hebben van de dingen die wel heb gedaan, dan je leven lang afvragen hoe het zou zijn geweest. En er kan nog zoveel gebeuren in negen maanden, wat ook zou blijken. Dus gaan met die banaan.

Doordat Wilfred op korte termijn naar het buitenland zou vertrekken hebben wij, het feit dat wij een kindje verwachtten, ook al met 5-6 weken gedeeld met onze omgeving. Dan kon hij er ook nog even van genieten om het anderen te vertellen en hoefden we niet geheimzinnig te doen. En laat ik eerlijk zijn, zulk nieuws kan ik ook niet voor me houden. Ik wilde het van de daken schreeuwen.

Voordat hij naar Thailand zou vertrekken (dit was 5 januari 2014) hebben we nog besproken of we de combinatietest wilden doen. Maar al snel kwamen we tot de conclusie dat we de test niet wilden doen. Ten eerste, ik was toen 29 jaar oud. Ik viel niet in de ‘doelgroep’ en de kans is erg klein. En ten tweede, mocht er wel ‘iets’ uitkomen dan zou het kindje ook welkom zijn zeiden we tegen elkaar. Ik moet zeggen dat ik wel erg getwijfeld heb. Alsof ik toch een onderbuik gevoel had. En ook om het feit dat ik ALTIJD IETS RAARS heb.

De zwangerschap verliep verder op rolletjes. In het begin misselijk geweest, maar na 13-14 weken voelde ik me eigenlijk prima. In februari kreeg ik te horen dat mijn contract niet zou worden verlengd. Sh*t!! Ik voelde me echt heel rot hierdoor, vooral omdat ik het heel erg naar mijn zin had daar. Helaas kwam de zwangerschap niet uit bij dit bedrijf. (Tja, wanneer wel) Al snel had ik besloten dat ik dan naar Thailand toe zou gaan. In het kader van: waarom niet? Solliciteren had toch niet zoveel zin en ik was (toen nog) avontuurlijk ingesteld. Ticket geboekt en hup, naar Thailand!

Een paar dagen voordat ik ging had ik mijn uitgebreide 20-weken pretecho. Eigenlijk ging ik daar heel ontspannen in, de onschuld zelve. Alles zag er goed uit, geen afwijkingen en het geslacht wilden wij nog niet weten.

Omdat Wilfred in Nederland maar een echo had meegemaakt, besloten we om in Thailand nog een uitgebreide echo te doen. (kost daar geen drol) Ook bij deze echo was alles prima, alles zat er op en er aan, hartje was prima, 10 teentjes, 10 vingertjes. Geen gekkigheid.

Kort na deze echo stopte mijn man voor het bedrijf waar hij voor werkte (in verband met de veiligheidsstandaards die ze daar hadden met betrekking tot het vliegen) en besloten we om nog samen te backpacken door Azië voor 4-6 weken. Het appartement in Bangkok hebben we die weken aangehouden, zodat we daar de meeste spullen konden laten liggen. Twee rugzakjes ingepakt en naar Maleisië gevlogen. Wat een fantastische plekjes hebben wij gezien. Heerlijk rustig aan met z’n tweetjes, voor het laatst met z’n tweetjes. (Maleisië gezien, Java, Bali, Gili Islands) Toen ik 29 weken was zijn we weer naar huis gevlogen.

Eenmaal thuis ging de zwangerschap nog steeds prima. Weinig klachten en weinig pijntjes. Doordat de baby niet indaalde, ben ik uiteindelijk met 41 weken geprimed, waaruit de zwangerschap toch vanzelf begon. Op 30 juli om 04:00 kwam Joas ter wereld na een bevalling van acht uur! Ik was zo gelukkig. Een kleine froemel op mijn buik. Jeetje, ik had het geflikt! Gewoon een kind van dik 8,5 pond eruit geperst. Trots was ik op ons.

Kort na de bevalling onderzocht de kinderarts Joas. Hij lag op de commode in het ziekenhuis en ik zag haar luisteren naar het hartje. (zie foto) Op de een of andere manier had ik door dat dat ‘luisteren’ langer duurde dan zou moeten. Ik vroeg voor de grap: ‘Nou, is hij goedgekeurd?’ Ze pakte hem en ze legde hem op mijn buik en zei: ‘Mevrouw, ik moet mijn vermoeden uitspreken dat uw zoontje downsyndroom heeft’…………………………………..

Voor dit blog heb ik de foto’s van de bevalling doorgescrold. En nog steeds vind ik dat moeilijk. Je ziet zo goed het moment waarop we het nog niet wisten en het moment waarop wij het wel wisten. Als ik de foto’s door scroll ga ik ook meteen terug naar die nacht en kan ik me mijn gevoel nog zo boven water halen. Verslagen, boosheid, teleurstelling en toch ook doorzetten en liefde.

Nee, wij wisten niet van te voren dat Joas downsyndroom had. Wij hebben hier toen bewust voor gekozen. En ja, de klap was enorm, maar een troost: dan heb je ook meteen het ergste gehad. Uiteindelijk ik heb een fantastische eerste zwangerschap gehad. Heerlijk naïef, onschuldig en vol romantische gedachten over hoe het zou zijn om moeder te zijn. We hebben een fantastische reis mogen maken samen, alsof het zo had moeten zijn. Een reis die we niet zouden hebben gemaakt als we bepaalde dingen van te voren hadden geweten. Een heerlijke eerste zwangerschap zonder zorgen. Die negen maanden kunnen mij niet meer worden ontnomen. Want zo’n zorgeloze zwangerschap heb ik daarna niet meer gehad.

En als ik nu kijk naar mijn jongetje zijn er nog steeds momenten waarop ik even verdrietig word en ik het vooral niet eerlijk vind voor hem zelf. “Lieverd wat hou ik van je!”

Joas hartje luisteren