Blog over Downsyndroom

Omdat je mag voelen wat je voelt en wezen wie je bent!

People, het woord mongool kan echt niet!!!

Het M-woord is de afgelopen week veel in het nieuws door de uitspatting van Max Verstappen na zijn race. Stichting Downsyndroom heeft te kennen gegeven het erg jammer te vinden dat hij dit woord heeft gebruikt en ik zie ook veel blogs voorbij komen van moeders die hier hun zegje over doen. Een mooi moment om er op in te springen en mijn zegje te doen.

Voordat Joas werd geboren vond ik dit woord al niet zo netjes, maar sinds Joas er is ben ik me er zeer bewust van dat mensen het woord te pas en te onpas gebruiken. Ze gebruiken het als scheldwoord, als woord om hun frustraties en boosheid te uiten en ook gewoon als stopwoordje. En begrijp me niet verkeerd, in het heetst van de strijd zegt iedereen dingen die ze eigenlijk niet willen zeggen en floepen er dingen uit die ze eigenlijk niet zo bedoelen. Maar people, het kan echt niet!!!

De afgelopen drie jaar is het regelmatig voorgekomen dat mensen in mijn bijzijn het woord ‘mongool’ gebruikten. Mensen die geen idee hebben dat ik een zoontje met downsydroom heb, maar ook zéker mensen die dit wel weten. Wat mij dan het meeste raakt, is dat ze het absoluut zelf niet door hebben. Ze hebben geen idee. Het is zo’n stopwoord geworden voor sommige mensen. Een woord wat door sommigen soms wordt gebruikt om duidelijk te maken dat ze het niet eens zijn met die persoon, ‘Jemig wat een MONGOOL zeg!’  En het enige wat ik dan denk is: hoezo? Waarom mongool? Want ja, met mongool doel je toch echt om mensen met downsyndroom. Je gebruikt het M-woord als scheldwoord. Je gebruikt (indirect) MIJN ZOON als scheldwoord!!!!!

En ik moet eerlijk zeggen, hoe laf ik het van mezelf ook vind, vaak heb ik het gelaten voor wat het is. Heb ik er niks van gezegd en heb ik me er niet mee bemoeid. Ik praatte het voor mezelf goed in de zin van, ze weten niet beter, ze bedoelen het niet zo. De mensen die wel weten dat ik een zoontje met downsyndroom heb, heb ik op  momenten dat ze het woord eruit floepten vaak aangekeken. En heel soms zag ik een schrikmomentje bij ze en wist ik dat ze inzagen dat het niet zo netjes was. Mission accomplished. Maar het vaakst zag ik helemaal niks. Geen moment van schrik, geen moment van herkenning. Ze hadden niet eens door dat ze het hadden gezegd. Het lijkt een gewoonte te zijn. Iets waar ze niet bij nadenken.

Maar hoe langer ik erover na ben gaan denken, hoe meer ik dacht, waarom zeg ik er niks van? Ben ik bang voor de reactie? Ik mag toch best zeggen dat ik het niet vind kunnen dat ze dit woord gebruiken om hun frustraties te uiten? Dat ze mij hiermee kwetsen, teleurstellen. En dat ze absoluut geen respect tonen voor mensen met een handicap, mensen met downsyndroom, mensen zoals mijn zoon.

En weet je wat nog het ergste is? Als je mensen er op aanspreekt en dat ze nog niet eens sorry kunnen zeggen en dat ze daarmee aangeven dat het ze niet uitmaakt dat ze jou kwetsen.

Bij deze wil ik dus zeggen: ‘Mensen, het M-woord kan echt niet meer!!’ En zoals ik hierboven zeg, ik snap dat mensen die boos zijn er soms dingen uitfloepen die ze niet menen. Ik zeg alleen maar, je kwetst er onschuldige mensen mee. Mensen die helemaal niks noppes nada met die situatie te maken hebben. Is dat  nou nodig?

joas op auto

Langzaam

Oh wat gaat het snel he? Geniet er maar van, want voordat je het weet zijn ze weer groot. Dit zijn dingen die elke moeder met enige regelmaat hoort. En het enige wat ik dan denk: snel?? Het gaat helemaal niet snel!!

Geduld is al ruim drie jaar de rode draad in ons leven. En voor degene die mij kennen, geduld is niet echt een super kwaliteit van mij. Laatst heb ik een gedicht op facebook geplaatst met als titel ‘Langzaam’. Ik weet zo niet van wie het gedicht is, ik vond het op de facebook van een andere moeder met een kindje met downsyndroom, maar het beschrijft een stukje van ons leven.

Net zoals andere kinderen maakt Joas sprongetjes en merk je dat hij ‘opeens’ iets nieuws kan. Echter zijn deze sprongetjes veel kleiner dan bij andere kinderen. En soms zit je op een punt waarin je denkt dat hij stilstaat. Dat er niks nieuws ontwikkelt. En het duurt maar en het duurt maar. Het kan mij zo frustreren. Ik weet dat hij hier niks aan kan doen en dat ik zelf gewoon te snel wil en te veel verwacht. Maar op dit soort momenten zakt mij de moed in de schoenen en ga ik twijfelen aan mijn eigen kunnen. Oefen ik wel genoeg met hem? Doe ik het wel goed? Geef ik hem genoeg aandacht? Ik denk ook dat het een gevoel van onmacht is.

Het ‘snelle’ waar iedereen over praat herkennen wij pas sinds een jaar, van zijn broertje Jens (zij schelen 14 maanden van elkaar). Nu pas zien wij wat anderen bedoelen. Want inderdaad, Jens ontwikkelt zich super hard. Hij ziet iets en hij weet het, heeft een groot begrip van alles en heeft ook echt alles in de gaten. En juist doordat hij zo snel ontwikkelt, benadrukt het natuurlijk ook dat Joas langzamer is in dingen. Een verschil wat steeds groter zal worden.

We proberen niet te veel te vergelijken en de ene keer gaat dat makkelijk dan de andere keer. En feit is, het is ook niet eerlijk om te vergelijken. Appels en peren zeg maar.

Maar juist doordat alles misschien wat langer duurt dan normaal, geniet je zoveel meer van de kleine dingen. En op de momenten dat de moed je in de schoenen zakt en je gaat twijfelen gebeurt er iets kleins. Een heel klein dingetje waardoor ik spontaan in janken kan uitbarsten. Dingetjes die ik bij zijn broertje Jens misschien niet eens bewust heb meegemaakt, die we al zo vanzelfsprekend vinden. Oneerlijk he?

Wat ik me heel goed kan heugen van Joas zijn bijvoorbeeld de eerste keer dat hij zelf van de vork at, zelf met een lepel schepte, zelf een speculaaskoekje at, zelf in de auto klom, de eerste keer ‘mama’ gebaarde. Deze kleine dingetjes heb ik lang niet zo bewust meegemaakt bij Jens als bij Joas. En hoe trots ik ook ben op beide kinderen, doordat je met bepaalde dingen zo intensief oefent met Joas, geniet je ook des te meer van de overwinning. Het moment dat het lukt. Joas leert vooral door stimulatie en uitdagen, en Jens leert doordat er bepaalde dingen gebeuren en hij hierdoor een bepaald oorzaak-gevolg ziet. Iets wat Joas totaal zou ontgaan.

Dus ook al is ‘langzaam’ niet altijd even leuk en vereist het zeer veel geduld, de beloning is des te groter. En snel is misschien leuk en makkelijk, maar je mist ook heel veel.

Langzaam

Wie langzaam gaat
Geen stukje overslaat
Af en toe eens stilstaat
En alles gadeslaat
Die zal meer zien
Meer horen dan voordien
Meer voelen misschien
Meer het subtiele zien

Wie langzaam gaat
Soms schijnbaar achteruit
Geen stukje overslaat
Alles in stilte gadeslaat
Die heeft het geheim van Tijd gezien
Luistert beter dan voordien
Zal dan het subtiele zien
De klok slaat nu misschien

joas en mama

Praten met ondertiteling

“Joasss”…….. “Joooooaaaaaaassssss”……………………. “Joooooooooooooooooaaaaaaaaaaaasssssssssss”…………… “JOAS!!!!!” Zucht, Oost-Indisch doof!

Joas is nu drie jaar en bijna 4 maanden oud. De afgelopen drie jaar hebben wij met Joas intensief ingezet op leren communiceren. Al vanaf dat hij een maand of drie was hebben wij geprobeerd zoveel mogelijk woorden te ondersteunen met de gebaren. Voor ons natuurlijk een hele leerschool, maar voor hem zo belangrijk om te zien wat wij nu zeggen. En uiteindelijk voor hem om duidelijk te maken wat hij soms wil.

Kinderen met downsyndroom hebben over het algemeen een lagere spierspanning. En een lagere spierspanning werkt in echt alles door. Ze lopen over het algemeen later dan gemiddeld, de huid voelt anders aan, de onderkaak laten ze vaak hangen, wat ook vaak resulteert in een tong die naar buiten rolt. En juist doordat ook deze mondspieren slapper zijn hebben ze ook meer moeite om te gaan praten. Zeg zelf maar eens een zinnetje hardop. Bij ons gaat dit allemaal zo onbewust. Met spraak gebruik je zoveel spieren in je gezicht, en alle bewegingen zijn onbewust zo gecontroleerd. Je hoeft er niet eens bij na te denken. Als je dus bedenkt dat je spieren minder krachtig functioneren, is het ook moeilijker om de juiste klanken te produceren.

Nu is dat natuurlijk niet het enige waardoor kinderen met Downsyndroom over het algemeen later gaan praten (er zullen tal van redenen zijn en uiteraard zijn er ook uitzonderingen). Al vanaf dat Joas drie maanden is krijgt hij logopedie (Caroline Nouwels) Zij heeft ons geleerd dat alles op een andere manier binnenkomt bij deze kinderen en op een andere manier wordt verwerkt in de hersenen. Kinderen in het algemeen zijn meer visueel ingesteld en zullen dus gebaren eerder oppikken dan gesproken woord (dit zien we ook bij zijn broertje Jens). Daar komt bij dat kinderen met downsyndroom juist op het auditieve vlak achterlopen. Gesproken woord komt bij hun heel anders binnen dan bij andere kinderen. Joas pikt maar bepaalde delen van het woord op en dat probeert hij na te zeggen. En begrijp me niet verkeerd, Joas begrijpt het gesproken woord heel erg goed hoor. Hij is absoluut niet doof, ja Oost-Indisch doof ja. Maar Joas kan moeilijk in gesproken woord dingen terug geven aan ons.

Al vanaf jongs af aan ondersteunen wij dus ons gesproken woord met gebaren. De ene dag wat meer dan de andere dag. De gebaren worden dus niet ingezet omdat Joas doof is, maar om ervoor te zorgen dat Joas niet gefrustreerd raakt en zichzelf leert uiten. (Dus people, harder praten heeft echt geen zin, want hij is niet doof) Hij zal dan misschien later gaan praten, maar hij heeft al wel heel veel te vertellen. Door middel van gebaren kan hij ons dit duidelijk maken. De gebaren zijn dus puur als ondersteuning bedoeld. Zie het als ondertiteling van ons gesproken woord.

Je ziet dat Joas heel aandachtig naar onze handen kijkt als wij tegen hem praten / gebaren. De meeste gebaren hebben wij geleerd van de DVD’s van Lotte en Max. In deze kinder-DVD’s komen op speelse en muzikale wijze tal van gebaren aan bod. Joas kent alle DVD’s van voor naar achter en weer terug. (Wij zelf worden nu een beetje tureluurs van de deuntjes, want deze horen we al drie jaar elke dag, maar ach alles voor de lieve vrede toch?) De gebaren die daar niet in voor komen zoeken wij gewoon op door middel van een app.  Ik denk dat hij nu tussen de 80-100 gebaren kent en langzaam maar zeker gaat hij bepaalde gebaren zelf vertalen naar gesproken woord. Laatst heb ik ongeveer 20 woorden geteld waarvan ik weet wat hij ermee bedoelt. De helft daarvan zijn echt duidelijk gesproken woorden en de andere helft zijn meer klanken waarvan ik weet wat hij bedoelt in bepaalde situaties.

Zoals een ander kind uiteindelijk woordjes gaat brabbelen waarvan vaak alleen de ouders weten wat er zou gezegd wordt, zo is Joas aan het brabbelen in gebarentaal. Hij kan op de bank of voor de spiegel hele verhalen aan zichzelf vertellen. En vaak als wij ergens geweest zijn, zit hij op achterbank alles te verwerken met gebaren. Super grappig en aandoenlijk om te zien. Maar van heel veel dingen die hij gebaart snappen wij ook niet wat hij zegt en zitten wij hem alleen maar met grote ogen aan te kijken. We moeten dus goed naar hem blijven kijken en af en toe ook mee kijken met Lotte en Max om te kijken of we daaruit kunnen halen wat hij nou zegt. Joas gebruikt de gebaren nu vooral om zichzelf verhaaltjes te vertellen. We werken er nu heen dat hij ze meer een meer gaat gebruiken om ons duidelijk te maken wat hij wil. Dit doet hij nu al met onder andere ‘eten’, ‘drinken’ en ‘klaar’. Zijn broertje Jens die een jaar jonger is heeft hier geen problemen mee. Het is ook grappig dat wij zo goed het verschil kunnen zien. Jens begint nu ook echt te praten, maar gebruikt nog veelvuldig gebaren om duidelijk te maken wat hij wil.

Joas’ allereerste gesproken woordje was ‘bal’, gevolgd door ‘auto’,  ‘papa’ en ‘opa’. Tot op heden wacht ik dus nog steeds op dat langverwachte woordje, het woordje waar je me ’s nachts wakker voor mag maken (hmm dat is eigenlijk niet waar), het woordje waar ik echt een gat van in de lucht sprong toen Jens dit zei: ‘mama’! (En de oma’s wachten tevens op hun woordje: ‘oma’.)

We weten natuurlijk niet wat de toekomst gaat brengen. Volgens onze logopedist zijn alle voorwaarden aanwezig om Joas uiteindelijk te leren praten. Dus we wachten in volle hoop af. Zijn leven zal denk ik een stukje makkelijker zijn als anderen begrijpen wat hij zegt. En zo niet, dan vinden we wel weer een andere manier en zullen we de gebaren blijven uitbreiden. Het zou fantastisch zijn om eens een kort gesprekje met hem te hebben, heen en weer. En zoals altijd komt daar het grote G-woord weer om de hoek kijken, de rode draad in ons leven, GEDULD!!

Op Facebook heb ik een aantal leuke filmpjes geplaatst van een brabbelende, pratende en vooral schattige Joas. https://www.facebook.com/bzzonder

Foto voor de leuk!!

Joas en Jens

Gradaties in Down? Huhhh??

De afgelopen drie jaar hebben we natuurlijk verschillende vragen en opmerkingen langs zien komen met betrekking tot Downsyndroom. Veel geïnteresseerde vragen, suggesties, begrip, maar ook opmerkingen en vragen die eigenlijk best raar zijn.

Zo wordt er vaak aan ons gevraagd: “Er zijn toch verschillende gradaties in Down?” En het enige wat ik dan kan denken is: Huh? Zijn er ook gradaties in ‘normaal’ zijn dan? Hoezo gradaties?

Gradatie betekent: niveau binnen een trapsgewijze indeling. Waarom moet mijn kind dan meteen in een hokje worden geduwd? Mag hij ook gewóón down hebben? Net zoals bij ‘normale’ mensen zal de ene persoon met downsyndroom een hoger IQ hebben dan de andere. De ene persoon creatiever of handiger zijn dan de andere. De ene persoon zal knapper zijn dan de andere. De ene zal opvliegender zijn dan de andere. Net als bij ‘normale’ mensen. (eigenlijk ook zo raar: normale mensen… hoezo normaal? Is mijn kind raar? En zijn andere echt zo normaal? Maar goed dat is een ander blog.)

Als er een baby wordt geboren zonder ‘iets’, vraag ik toch bij een kraambezoek ook niet: “Goh, in welke gradatie is jouw kind ‘normaal’?” Eigenlijk toch best raar he als je het zo leest.

In mijn ogen is downsyndroom gewoon downsyndroom. En ja, daar horen bepaalde kenmerken bij die al dan niet typisch zijn voor down. En ja, daar bovenop kunnen kinderen met downsyndroom ook andere aandoeningen hebben zoals ADHD of epilepsie (om maar iets te noemen), net zoals ‘normale’ mensen. Hierdoor kunnen deze kinderen misschien verder beperkt worden in hun doen en laten. Maar betekent dit dan dat hij/zij in een andere gradatie van down hoort?

Een andere vraag is: “Kun je nu al iets zeggen over de toekomst?” En dan denk ik: nee!! Kun jij dat  wel over je kind van twee? Vaak antwoord ik: “tja, ik denk dat hij wel naar regulier onderwijs kan en dat hij ook zeker de eerste paar groepen mee kan draaien.” Dus eigenlijk ga ik er zelf al vanuit dat de vraag betekent: Hoe slim denk je dat jouw kind is? Misschien een vooroordeel van mijn kant, maar dat is het gevoel dat de vraag bij mij opwekt.

Natuurlijk denken we na over de toekomst, maar nee, ik kan nu niet zeggen wat de toekomst brengt. Ik heb geen idee hoe hij het op school gaat doen, ik heb geen idee of hij de hele basisschool op regulier onderwijs zal doorbrengen en nee ik heb geen idee wat hij later gaat worden. Maar heb jij dat wel van je kind? Voor een kind zonder ‘iets’ hoef je misschien niet zo bewust over die dingen na te denken. Het is vanzelfsprekender dat hij/zij naar de basisschool gaat, naar het voorgezet onderwijs, misschien wel hoger onderwijs en daarna een baan vindt op de reguliere banenmarkt met een bijbehorend salaris. Dus waarom moet ik, terwijl mijn kind nog zo jong is, al wel nadenken over de toekomst? Moet ik daar over nadenken omdat het allemaal minder vanzelfsprekend is? We doen het gewoon lekker stapje voor stapje en ja we plannen voor uit. Maar ik heb geen idee wat de toekomst brengt!

Ik hoop dat de toekomst geluk brengt. Ik hoop dat Joas zijn passie mag vinden, dat hij iets kan doen waar hij zijn ei in kwijt kan en waar hij wordt omringt door mensen die van hem houden en het beste met hem voor hebben. Ik hoop dat hij liefde mag vinden in een partner. Dus eigenlijk wens ik dezelfde toekomst voor mijn kind als die jij voor jouw kind wenst.

Niet om mensen over de vingers te tikken, maar om na te laten denken wat je nu eigenlijk vraagt.

Volg je ons ook op Facebook: https://www.facebook.com/bzzonder/

joas en mama

Welkom in Holland!!

Een paar weken geleden plaatste ik een blog waarin ik vertelde over een gedicht/verhaal dat mij er de eerste paar maanden na de geboorte van Joas (nu 3 jaar) echt doorheen heeft gesleept. Ik vond het zo fijn om verhalen van anderen te lezen waar ik me mee kon identificeren. Verhalen waardoor ik me niet zo alleen voelde, (want damn ik voelde me echt alleen en onbegrepen), verhalen waardoor ik voelde dat er anderen waren zoals ik, met dezelfde gevoelens. Verhalen die de juiste woorden gaven om te beschrijven wat ik voelde.

In dit blog wil ik graag nog een ander gedicht/verhaal delen wat zeker een stuk van het gevoel weergeeft hoe het is om een ‘ander’ kindje te krijgen. Een kindje met een beperking. Het is het gedicht van Emily Perl Kingsley (hieronder beschreven), met als titel ‘Welcome to Holland’.

Je hele leven ben je bezig om je leven steeds een stukje beter te maken, steeds een stukje makkelijker te maken, om bepaalde doelen te behalen. Denk aan een relatie, een leuke baan, een mooi en fijn huis, bijzondere vakanties, trouwen en uiteindelijk kinderen. Je probeert alles goed te doen, je slikt netjes je foliumzuurtjes, je mama-vitamientjes, veel fruit, veel zuivelproducten, GEEN carpaccio (pfieuw dat was lastig), geen zalm, geen alcohol etc etc. Alles doe je volgens het boekje, want jij wil het beste voor je ongeboren kindje. Het zal toch niet gebeuren dat je kindje iets mankeert door jouw toedoen. Door stomme beslissingen tijdens je zwangerschap. Alles doe je goed.

En dan is het moment daar, het moment waar je 9 maanden op hebt gewacht, het moment dat je elk moment je kindje mag ontmoeten, de kers op de taart, voor al je harde werken (en een hoop ongegeneerd gevreet, want dat mag ook hihi)… Je zoon wordt geboren. BAM!! Kletter ik even van de wolk af…Hoe kan dit? Hoe is dit mogelijk? Ik heb toch alles goed gedaan? Ik heb hier zo hard voor gewerkt. Je voelt je machteloos, echt machteloos. Het is onbegrijpelijk.

Zoals in het gedicht hieronder wordt beschreven: “The important thing is that they haven’t taken you to a horrible, disgusting, filthy place, full of pestilence, famine and disease. It’s just a different place.” Klopt als een bus. Het is een lief klein (nou ja klein…. 4260 gram) mannetje, met 10 vingers, 10 tenen, een plukje haar, dikke buik, schattige billetjes… Alles zit er op en er aan. Maar hij is ‘anders’. En alle gevoelens waarvan iedereen zei dat je die zou hebben na de bevalling, had ik niet. Ik snapte er niks meer van. Ik was verdoofd.

Alles waar je je op hebt voorbereid, alles waar je van droomde, is niet meer zo (denk je). Alles is anders (denk je). Je begint voor je gevoel op nul. Voor je gevoel heb je zo hard geleerd, alleen heb je het verkeerde boek geleerd… Of toch niet?

Naarmate de maanden vorderden en ik mijn zoon leer kennen en andere ouders met Down-kindjes leer kennen, besef ik me opeens dat de wereld misschien ‘anders’ is dan dat van je familie en vrienden. Een andere wereld, maar mooi en bijzonder op zijn eigen manier. Is ‘anders’ dan zo erg? Ik heb vroeger heel vaak gezegd dat ik niet zo wil zijn als anderen, maar juist anders, eigen en uniek. Iedereen gaat naar Italië, ik naar Holland. Het toch wel mooie Holland.

En ja, ik word soms verdrietig als ik om me heen gezinnen zie ontstaan, die ik zelf ook voor ogen had. Een gezin dat ik uiteraard iedereen gun. Maar ik wil mijn kinderen voor geen goud meer missen (soms wel even een paar uurtjes hoor, of een hele dag (of twee)… even rust.. even me-time)

En dit verhaal laat me zien dat de pijn er mag zijn. De droom die ik toen had, is er niet meer. En daar mag je verdrietig over zijn, boos over zijn, teleurgesteld over zijn. Het mag! Deze gevoelens slijten met de tijd, dat voel ik ook. Maar ik besef me dat de steekjes die je af en toe voelt, je je leven lang zult voelen. Soms wat meer en heftiger, soms wat minder. Maar het mag! Mijn droom is nu anders, aangepast en misschien wel meer bijzonder dan mijn oude droom. Maar mijn oude droom was ook mooi. En dat mag!

Maar mijn zoon heeft geen moeder verdiend die blijft hangen in die gevoelens. Mijn zoon verdient onvoorwaardelijke liefde, onvoorwaardelijke bescherming en een moeder die voor hem vecht. Want ik zie zijn lach, ik zie zijn doorzettingsvermogen, ik zie zijn puurheid en onschuld. Ik zie het plezier dat hij heeft in het leven, ik zie hoe hij geniet, hoe leergierig hij is en bovenal zie ik hoeveel hij heeft te geven. Misschien op een andere manier dan anderen, maar zeker niet op een mindere manier. Niemand is gelijk, maar wel gelijkwaardig. Welkom in mijn Holland!

Welcome to Holland (door Emily Perl Kingsley)

I am often asked to describe the experience of raising a child with a disability – to try to help people who have not shared that unique experience to understand it, to imagine how it would feel. It’s like this……

When you’re going to have a baby, it’s like planning a fabulous vacation trip – to Italy. You buy a bunch of guide books and make your wonderful plans. The Coliseum. The Michelangelo David. The gondolas in Venice. You may learn some handy phrases in Italian. It’s all very exciting. 

After months of eager anticipation, the day finally arrives. You pack your bags and off you go. Several hours later, the plane lands. The stewardess comes in and says, “Welcome to Holland.”

“Holland?!?” you say. “What do you mean Holland?? I signed up for Italy! I’m supposed to be in Italy. All my life I’ve dreamed of going to Italy.”

But there’s been a change in the flight plan. They’ve landed in Holland and there you must stay.

The important thing is that they haven’t taken you to a horrible, disgusting, filthy place, full of pestilence, famine and disease. It’s just a different place.

So you must go out and buy new guide books. And you must learn a whole new language. And you will meet a whole new group of people you would never have met.

It’s just a different place. It’s slower-paced than Italy, less flashy than Italy. But after you’ve been there for a while and you catch your breath, you look around…. and you begin to notice that Holland has windmills….and Holland has tulips. Holland even has Rembrandts.

But everyone you know is busy coming and going from Italy… and they’re all bragging about what a wonderful time they had there. And for the rest of your life, you will say “Yes, that’s where I was supposed to go. That’s what I had planned.”

And the pain of that will never, ever, ever, ever go away… because the loss of that dream is a very very significant loss.

But… if you spend your life mourning the fact that you didn’t get to Italy, you may never be free to enjoy the very special, the very lovely things … about Holland.

mama en joas