• Joas

Bij de geboorte van Joas werd Transiënte Leukemie (TL) vastgesteld. 20% van de kinderen met downsyndroom waarbij TL is vastgesteld ontwikkelt echt acute leukemie Myeloid Leukemia of Down Syndrome (ML-DS). Meestal gebeurt dit tussen de leeftijd van één tot vier jaar.

Kinderen met downsyndroom hebben al een verhoogde kans op het ontwikkelen van leukemie. Bij 10% van de kinderen die geboren worden met downsyndroom wordt TL vastgesteld, een voorbijgaande vorm van leukemie en in veel gevallen goed te behandelen. Echter zijn er ook kinderen met ernstige complicaties met overlijden als gevolg.

Op dag één van Joas zijn leventje constateerde de kinderarts dat Joas wel heel verdacht stil lag in zijn bedje en dat er ‘weinig leven’ in zat. Na het bloedprikken werd duidelijk wat er mis was. Joas had een ophoping van leukemiecellen zijn bloed. Dit had als resultaat dat zijn bloed zeer stroperig werd en zijn lichaampje dus heel hard moest werken om alles aan de praat te houden.

Op dag twee van Joas zijn leventje werd hij met de ambulance vervoerd richting het Wilhelmina Kinderziekenhuis in Utrecht voor de beste zorg. Hij kreeg enorm veel vocht toegediend om zijn bloed te verdunnen. Zijn hartje moest namelijk enorm hard zijn best doen om al het stroperige bloed rond te pompen. Door het toedienen van het vocht kwam hij in de eerste paar dagen 500 gram aan en was hij net een opgeblazen ballon. Toen zag ik dat helemaal niet, maar als ik nu de foto’s terug zie, schrik ik van het feit hoe ‘dik’ hij was in zijn gezichtje.

Door het toedienen van het vocht en medicijnen zakte gelukkig het aantal leukemiecellen in zijn bloed en werd hij langzaam maar zeker beter. Toen de bloedwaardes stabiel bleven mocht hij na een week terug naar het ziekenhuis in Harderwijk waar hij uiteindelijk na nog eens twee weken mee naar huis mocht.

Zoals in het begin al gezegd, bij 1 op de 5 kinderen (20%!!! dus) waarbij bij de geboorte Transiente Leukemie is vastgesteld krijgt alsnog acute leukemie. Dit ontwikkelt zich in de meeste gevallen tussen de leeftijd van één en vier jaar. Door deze verhoogde kans heeft hij afgelopen jaren elk half jaar moeten prikken om te kijken of er geen verhoogd aantal leukemiecellen in zijn bloed zaten.

Laat Joas nu eind deze maand vier jaar worden!!! Reden voor net iets meer feest dan anders.

papa met joas in het ziekenhuis utrecht

Het uitzoeken van een vakantie is voor iedereen een opgave. Je bent zo bang dat je net het verkeerde kiest, dat het niet aansluit bij je wensen. Je hoopt op mooi weer, vooral als je naar een camping gaat en bovenal hoop je dat je kinderen zich er kunnen vermaken. Alhoewel het uitzoeken voor iedereen een dingetje is, denk ik dat wij door Joas ook net naar andere (pietluttige dingen voor een ander misschien) kijken.

Het idee dat ik met twee kinderen 12 uur in een auto moet zitten om op bestemming te komen, of het idee dat ik met twee kinderen moet gaan vliegen, krijg ik spontaan klotsende oksel en stress-aanvallen. (Terwijl wij zelf pre-kids wel echte reizigers waren, maar we hebben ons hierbij neergelegd.) En in een hotel zitten met twee baldadige-spring-in-het-veld jongens lijkt me ook niet iets. Deze opties vielen dus al snel af. Al snel stond vast dat we dit jaar weer naar een camping in Nederland wilden gaan, net als vorig jaar, echt ideaal voor de jongens. Uiteraard wilden we nu graag naar een andere camping en op Facebook had ik anderen om wat tips gevraagd.

Joas is natuurlijk net ietsje anders dan andere kinderen. Hij wordt deze maand alweer vier jaar, maar fysiek gezien kan hij nog toch een aantal dingen niet die andere kinderen al wel kunnen op deze leeftijd. Daarom hebben we bij het uitzoeken van een geschikte camping bijvoorbeeld gekeken naar wat voor een speeltuintjes er op het veld stonden waar ook hij zich zelfstandig kan vermaken. Meneertje is gek van speeltuinen en vooral de ‘tijbaahh’ (glijbaan) en de ‘mommel’ (schommel) en ook de ‘tihh-tahh’ (wipwap) vindt hij erg leuk. Dus wij inzoomen op de plaatjes op de websites en gekeken naar wat voor een soort trappetjes erbij de glijbanen zaten (een rek, een trappetje of klimwand-trapje etc). Joas kan namelijk heel goed zelfstandig een normale trap of een schuin laddertje op komen, maar een klimrekje of zo’n klimwandje is toch wel een uitdaging. Iets wat hij wel kan met onze hulp, maar helaas nog niet alleen. En laten we wel wezen, wij willen ook graag dat Joas zich zelfstandig kan vermaken in de speeltuin, zodat papa en mama ook even op hun kont kunnen zitten. Daarnaast keken we natuurlijk welke andere faciliteiten de speeltuin had. Inzoomen, plaatjes kijken met in ons achterhoofd, kan hij dit zelf of niet?

De camping die er voor ons het meeste uitsprong was de Sprookjescamping in Rheeze (nee dit is niet bedoeld om reclame te maken voor de camping haha). We hadden een mooi veld gevonden, met een speeltuintje letterlijk voor de tent. En alle dingen die Joas (en Jens uiteraard ook) leuk vond zaten in de speeltuin. De glijbaan, de schommel, de wipwap, zand, waterkraan etc.

Daarnaast hebben we bij het uitkiezen van de plaats van de tent goed gekeken waar de uitgangen van het veld zaten. Want meneer de President is een weglopertje en we wilden eigenlijk dat het even duurde voordat hij de uitgangen had gevonden. Want we weten nu eenmaal, zodra hij die weet, is het alsof een magneet hem er naar toe trekt. Iets met #gewoonomdathetkan. Meneer had de uitgangen helaas na een dag al gevonden, wat resulteerde in veel frustrerende momenten. Want hoe hard je ook roept, hij denkt: Ik wil die kant op en ik gá die kant op. Doeiiiii….. Maar goed… zennnnn………

En ook bij deze camping zaten fantastische glijbanen in het zwembad waar hij bijna allemaal zelfstandig vanaf kon. Hoe stoer is dat?! Meneer de Koning (Jens) is namelijk een schijterd en zei elke keer bij de glijbanen in het zwembad: “Jens niet, Jens bang”.

Maar goed, al met al echt een camping gebouwd voor de kleineren onder ons. Met alles is rekening gehouden om het kind (en ouder) zo gemakkelijk en comfortabel mogelijk te maken.

Hoe meer Joas op de vakantie zelfstandig kan doen hoe makkelijker voor papa en mama. Maar ook voor mij toch ook het gevoel dat hij bijna een ‘gewone’ bijna-4-jarige is, die al heel veel zelf kan. Dat hij niet onder hoeft te doen (fysiek gezien) voor andere kindjes. Want onbewust blijf je als ouder toch vergelijken met leeftijdgenootjes. En feit is, dat het gat beetje bij beetje iets groter wordt. Soms wat meer, soms wat minder. Het leuke en fijne is dat zijn leeftijdsgenootjes op deze leeftijd nog niet echt door hebben dat Joas ‘anders’ is. En dat hij heerlijk met ze mee hobbelt.

Aangezien wij buiten het hoogseizoen op vakantie waren, stond het veld vol met gezinnen en kinderen onder de vier jaar. En wat heerlijk om te zien dat het eigenlijk in elk gezin hetzelfde gaat. Baldadige kinderen, vermoeide ouders die hun best doen om leuk en aardig te blijven, wat uiteindelijk toch niet lukt en het heerlijke gebek over en weer. Aan het einde van de week gesloopte en vermoeide kinderen die zich ter aarde gooien zodra ze hun zin niet krijgen (inclusief mijn eigen kinderen). Ik kan je zeggen, wat dat betreft is ons gezin net als elk ander gezin. Ik had heel wat filmpjes kunnen maken van Joas en Jens die een keel op zetten omdat ze niet kregen wat ze wilden. Iets met #zezijnaltijdzolief-myass.

Al met al hebben we echt een heerlijke week gehad, volop mooi weer en konden we even de boel de boel laten. De nachten waren wat minder, maar ja dat hoort er misschien ook een beetje bij op de camping. We hebben als gezin kunnen genieten en kunnen wel met zekerheid zeggen dat het ook volgend jaar weer heerlijk een camping gaat worden.

zelfstandigheid op vakantie

Zorgt passend onderwijs voor meer respect en begrip?

Passend onderwijs is een punt wat erg speelt in de huidige maatschappij. Iedereen heeft recht op onderwijs en basisscholen zijn verplicht bijzondere kinderen een plekje te geven of anders een plekje voor ze te zoeken. Laten we maar voorop stellen dat bij de scholen alles valt en staat met geld. Maar we hebben niet alleen met de school te maken. Ook voor andere ouders is het bijzonder dat er opeens kinderen in de klas komen die ‘anders’ zijn dan gemiddeld. Over het algemeen horen wij alleen maar positieve reacties over het feit dat Joas na de zomer naar regulier onderwijs gaat. Soms verbaasd, in de zin van, oh kan dat dan? Maar wel positief. Maar wat ik laatst via via hoorde, “zulke kinderen (mijn kind dus) eisen alleen maar meer tijd op die eigenlijk naar onze kinderen had moeten gaan.” Excuse me? Zulke kinderen? Onze kinderen? Zijn ‘zulke’ kinderen minder dan ‘onze’ kinderen?

Twee blogs geleden schreef ik over het feit dat Joas na de zomervakantie voor twee ochtenden per week gaat starten op regulier onderwijs, samen met een persoonlijk begeleider. De bedoeling is dat deze ochtenden steeds iets worden uitgebreid en dat hij uiteindelijk volledig naar school zal gaan. Wat is onze motivatie hiervoor? Waarom regulier onderwijs? Doen we alleen Joas hier voordeel mee?

Ik ben van mening dat Joas er baat bij heeft om gedrag te zien van andere kindjes ‘zonder iets’. Dat hij leert wat de norm is en dat hij gedrag gaat imiteren. Joas is nu eenmaal een meester in nadoen van handelingen en hij kan heel goed structuur herkennen. Hij doet iets omdat het nou eenmaal zo hoort. Daarnaast vind ik het belangrijk dat hij zich op kan trekken aan kindjes die net iets verder zijn dan hij. Dat hij uitdaging krijgt en dat er niet bij voorbaat van uit wordt gegaan dat hij dingen niet kan. Uiteraard zal het gat tussen hem en zijn klasgenootjes steeds iets groter worden, maar toch blijft het belangrijk dat hij blijft zien welk gedrag en welke regels er bij welke leeftijd horen.

Passend onderwijs heeft niet alleen voordelen voor Joas. Ik denk oprecht dat het een wisselwerking heeft. Want kinderen ‘zonder iets’ behoren ook te weten dat niet iedereen hetzelfde is. Dat iedereen uniek is en dat je respect moeten hebben voor de ander ondanks de verschillen die er zijn. Of dit nu is in uiterlijk, IQ, huidskleur of godsdienst bijvoorbeeld. Tevens denk ik dat het goed is dat men al jong leert dat het normaal is dat je voor je medemens zorgt en dat je je medemens liefhebt. Dat je elkaar helpt verder te komen in het leven, en dat je soms iets moet op offeren voor het geluk voor de ander. En het meest belangrijke, dat je mensen in zijn of haar waarde laat. Want wie ben jij om te oordelen over een ander?

Vroeger werden mensen met downsyndroom weggestopt in instellingen. Want ze waren een schande voor de maatschappij, een teleurstelling. Ze werden afgedaan als minder. En ik denk dat mensen tegenwoordig, door wat er toen met mensen met downsyndroom gebeurde, nog steeds met een scheef oog naar ze kijken. Downsyndroom blijft voor velen nog steeds ‘een ver van je bed show’. En zolang je er niet mee in aanraking komt zul je ook nooit de mogelijkheden zien. Zul je ook nooit zien dat ze ondanks de bijzondere extraatjes net zo zijn als jij. Doordat kinderen met downsyndroom nu de kans krijgen op regulier onderwijs zullen ook kinderen ‘zonder iets’ op jonge leeftijd al zien wat downsyndroom is. Ze raken ermee bekend. Het wordt gewoon in plaats van ‘anders’. Ze zullen de beperking minder zien. Ze groeien met elkaar op. En in ons geval, zal Joas gewoon Joas zijn voor zijn klasgenootjes. Joas is net iets anders, maar toch zo gelijk. Joas hoort bij ons in de klas. En we maken net zo goed ruzie met Joas om een schepje of een emmer en we spelen net zo goed met Joas als met een ander kindje. Want Joas is Joas. En niet, Joas is dat jongetje met downsyndroom.

Om terug te komen op ‘zulke kinderen, onze kinderen’…. Waarom is mijn kind minder? Omdat hij minder zelfstandig is? Waarom heeft mijn kind minder rechten? Omdat hier meer geld aan moet worden uitgegeven? Is ‘jouw’ kind te goed om mijn kind af en toe een handje te helpen? Mijn kind wil net zo goed als jouw kind onderdeel uitmaken van deze maatschappij. Hij wil later ook zijn steentje bijdragen en wil later ook anderen gelukkig maken.

Mensen zijn van nature bang en argwanend voor het onbekende. Maar als we op deze manier het onbekende, bekender kunnen maken voor de mensen, zorgt dit dan niet voor meer wederzijds begrip, meer respect en meer tolerantie? Ik denk van wel.

Tot slot wil ik erbij zeggen, wij zijn voorstander van passend onderwijs en vinden het fantastisch dat wij een school hebben gevonden die Joas met open armen ontvangt. Iets wat nog niet voor iedereen is weggelegd. Tevens snappen wij ook de keuze van ouders voor speciaal onderwijs. Het geluk van Joas staat voorop. Mochten wij door krijgen dat Joas niet meer gelukkig is op de reguliere basisschool, of mocht school (vaak vanwege financiële redenen) Joas niet meer kunnen bieden wat wij verwachten en wat hij nodig heeft dan staan wij zeker open voor speciaal onderwijs.

Blijf op de hoogte via onze Facebookpagina en like ons nu: https://www.facebook.com/bzzonder

passend onderwijs downsyndroom

…. Moeder zijn! En niet moeilijk in de zin dat ik niet van kinderen houd, want ik houd zielsveel van ze en zou ook niet meer zonder ze kunnen. Maar meer moeilijk in de zin dat je eigen ‘kunnen’ op de proef wordt gesteld, niemand je kan vertellen wat de juiste manier is en je pas later als je kinderen groot zijn weet of je het goed hebt gedaan.

Mensen die mij kennen weten dat ik een strebertje ben. Iemand die vroeger graag hoge cijfers haalde, iemand die overal altijd graag de beste in wilde zijn (ja ik heb heel wat wedstrijdjes gevoerd in mijn hoofd). Ik ben zeer prestatie- en resultaatgericht en ‘gemiddeld’ is niet goed genoeg. Man man man… Ben ik daar even van teruggekomen!

Ik kan me nog zo goed heugen dat toen Joas nog klein was, laat zeggen 6-8 maand oud en we hem hapjes fruit/groente voerden, zowel Wilfred als ik met een doekje op schoot zat om elke stukje wat over zijn kin naar beneden liep weg te vegen. Als hij de fles kreeg zaten wij met een doekje in de aanslag om de straaltjes melk weg te vegen. Hij werd ingepakt in slabbers en theedoeken zodat zijn kleren niet vies werden van het eten. Hij ging netjes elke avond in bad en elke plasje (en poepje natuurlijk) werd verschoond. Bij Joas had ik nog niet echt een panisch gevoel dat ik geen idee had waar ik mee bezig was als moeder zijnde. Hij was over het algemeen een heel makkelijk baby, hij huilde niet, was heel tevreden, kon uren wippen in zijn wipper en vermaakte zich prima in de box. Maar toen…

….kwam nummer twee. En die heeft ruimschoots alles goedgemaakt. Meneer 2 was een onrustig typetje, eigenwijs en wilde alles zien en alles meemaken…. Ook ’s nachts! Urenlang heb ik met hem ’s nachts gezeten niet wetende waarom hij huilde. Flessen gemaakt, luiers verschoond, gewiegd, gekriebeld, gezongen. Jens wordt na de zomer 3 jaar. Maar tot hij zeker ruim 2 jaar oud was kan ik de nachten die hij heeft doorgeslapen op twee handen tellen. (Voor alle moeders die ook het einde van tunnel niet meer zien, het is goed gekomen.)

Ik was moe, werd heel onzeker, miste mijn vrijheid, miste mijn sociale leven, miste mijn man (die vaak in het buitenland zit). Aan het einde van een dag wist ik van voren niet meer of ik van achteren nog leefde. Had ik het nu goed gedaan of niet? En zodra ik dacht dat ik op de goede weg was begon meneer 2 weer te huilen, wilde meneer 1 niet eten en spuugde alles op de grond, werd al het speelgoed door de kamer geslingerd en luisterde zowel meneer 1 als meneer 2 niet naar mij. Ik kon net zo goed buiten tegen een boom gaan praten. Evenveel respons en een stuk rustiger.

Moeder zijn is helaas niet aan het einde van de dag een cijfer krijgen hoe je het hebt gedaan. Meneer 1 en 2, hoe heeft mama vandaag gescoord op de mama-schaal? Een 9 of een 10 misschien? Moeder zijn is je leven in het teken van je kinderen zetten. Moeder zijn is van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat AAN staan. Moeder zijn is met je twee kinderen vergaderen op de wc terwijl je zelf aan het poepen bent. Moeder zijn is je eten delen, je bed delen, je leven delen.

Moeder ben je vanaf het moment dat je kind geboren is. Maar ik kan in alle oprechtheid pas zeggen dat nu ze wat ouder zijn ik pas het gevoel heb iets van controle terug te krijgen over mijn leven. Ik heb bepaalde dingen veranderd en geaccepteerd om het zo makkelijker voor mezelf te maken. Ik probeer het plannen wat los te laten. Vooral op de dagen dat ik thuis met ze ben, neem ik me voor de dag stapje voor stapje te doen. Om niet teveel doelen te stellen over wat we allemaal moeten doen (boodschappen, apotheek, verjaardagen etc). Om meer in het moment te leven. En soms lukt dat en soms niet.

Ik neem me voor om bepaalde dingen wat positiever te zien en dit ook vooral te benoemen. “Wat een prachtige krijt-tekening heb je gemaakt op mama’s tv-meubel. Heel artistiek. Maar ga nu maar met je mooie kl*te-krijtjes naar BUUIIITTEEENNNNN!!!!” zei ze op een heel lieve toon.

Op een gegeven moment wordt ‘gemiddeld’ jouw ‘goed-genoeg’ en dat is ook prima. Want perfectie in moederschap bestaat niet. Dan maar een keer een ongestreken T-shirt. Dan maar een keer hagelslag in je haar. Dan maar een keer op blote voeten mee. Dan maar een keer met tandpasta op je wang mee in de auto. Dan maar op Ipad tijdens het eten. I don’t care.. Ik laat het los. I choose my battles.

Ik probeer heel bewust regelmatig een dag of een avond voor mezelf te plannen, waarin mijn hersenen zich weer even kunnen ordenen. Waarop ik boodschappen kan doen en heerlijk op mijn dooie gemakje door die supermarkt kan struinen, en niet de helft vergeet. Waarop ik, al televisie kijkend, de was kan opvouwen op bed en halverwege in slaap val, midden op de dag. Waarop mijn blog kan schrijven en waarop ik rustig op de bank een broodje kan eten zonder een elleboog in mijn gezicht te krijgen. Ik werk drie dagen in de week en ik vind het heerlijk dat dit stukje van mij zelf is.

Ik vind het heerlijk om pessimistische opmerkingen te maken over het moederschap. En ik heb besloten dat ik dit ook mag van mezelf. En een ieder die het moederschap helemaal ‘in de gloria’ vindt zeg ik: ‘wat heb je het getroffen!’

En ondanks mijn geklaag en mijn gebitch vind ik het super bijzonder en heerlijk dat ik weer zwanger mag zijn van ons derde kereltje! En verheug ik me op zijn komst (en vooral de wijn die je daarna weer mag drinken). Ondanks de onzekerheden die komen kijken bij het moederschap, weet ik er toch al twee vrolijk te houden. Ze doen het nog steeds. Dus die derde zal misschien helemaal geen slabber meer voor krijgen, zal misschien twee keer per week eens een bad zien en misschien eens twee plasjes per luier doen. I will survive this!!

Joas en jens knuffelen moeder zijn

In juli wordt Joas alweer vier jaar en mag hij dus naar school. Wat voor andere kinderen misschien niet zoveel voorbereiding vergt is dat bij Joas toch anders. Wij hebben inmiddels een keuze gemaakt en zijn dankbaar voor alle hulp die we hier bij gekregen hebben, want er komt best veel bij kijken. En waar het eigenlijk op aankomt is heel hard gezegd: wie wil jouw kind op school hebben? Want ook al zijn ze vanuit passend onderwijs verplicht een plekje voor hem te creëren of te zoeken, valt en staat alles met geld!

Toen Joas ongeveer 2,5 jaar was zijn we ons gaan oriënteren wat betreft het basisonderwijs. Al gauw was duidelijk dat wij voorstander zijn van het proberen op regulier onderwijs. Vooral omdat wij denken dat Joas hier cognitief gezien erg veel kan leren en aangezien hij een meester in imiteren is denk ik ook dat hij qua gedrag hier veel kan opsteken met betrekking tot omgang met anderen, regels en vooral het luisteren.

Wij hebben een aantal reguliere basisscholen bezocht en al snel sprong er één uit. Toevallig is dit ook de oude basisschool waar ik zelf op heb gezeten en is het ook nog eens de basisschool het dichtste bij ons in de buurt. Kortom, we vallen met onze neus in de boter. Het voelde als een warm bad en we voelden ons erg welkom. Men begon niet meteen over de dingen die niet mogelijk zijn, en ook niet over de voorzorgsmaatregelen (vooral papierwerk) die ze moeten nemen mocht speciaal onderwijs toch nodig zijn. Geheel open zijn zij het gesprek in gegaan, zonder Joas ooit te hebben ontmoet.

Toen Joas drie jaar werd zijn we begonnen met het voorbereiden op de basisschool. De kinderopvang plus waar hij momenteel heen gaat draagt hier zeer goed aan bij. Hij gaat hier vier dagen heen en zij hebben voor hem een soort van zorg-ontwikkelplan opgesteld. Hierin worden diverse doelen beschreven met het oog op de basisschool. Denk hierbij echt aan de meest simpele dingen: Joas kan 10 minuten in een kring zitten. Joas kan zoveel minuten samen spelen met een ander kindje. Joas kan zoveel minuten zonder luier zonder dat hij plast en poept. Joas kan zelfstandig zoveel minuten aan tafel spelen. De meest basic dingen eigenlijk, die voor andere kindjes heel ‘gewoon’ zijn. En als je deze doelen ziet, zijn het vooral ‘gedrags-doelen’. Als je kijkt naar wat hij cognitief al kan en begrijpt denk ik dat je verbaasd zal zijn. Het herkennen van kleuren, vormen en ongelooflijk veel plaatjes herkennen. Het enige verschil hierin met een ander kind is dat hij niet praat. Er zit zoveel in, maar het komt er (verbaal) niet uit. Maar hij doet hierin zeker niet onder voor andere kindjes. Tevens vind ik het goed voor kindjes zonder ‘iets’, want ook zij moeten leren dat niet iedereen hetzelfde is. Juist daar worden de zaadjes gepland om voor elkaar te zorgen en naar elkaar om te kijken!!

De basisschool zelf is ook bezig met voorbereiden, want het voor hun de eerste keer dat zij een kindje met downsyndroom op school krijgen. Zo heeft de onderwijsassistent de workshop Leespraat gevolgd en hebben ze zelfs al nagedacht over welk lokaal ze gaan gebruiken voor de groep 1 van na de zomer, met het oog op het weglopen van Joas (ver bij de uitgang vandaan dus).

Vanuit Centrum Jeugd en Gezin krijgen wij een fantastische ondersteuning met betrekking tot de begeleiding die Joas nodig heeft. Na de zomer gaat hij twee ochtenden starten aangevuld met de kinderopvang die hij momenteel heeft. Deze twee ochtenden krijgt hij acht uur individuele begeleiding in de klas. Vergeleken met andere verhalen die wij horen is dit echt luxe en zijn wij hier zeer blij mee. Vooral na alle verhalen en nieuwsberichten die je deze week nog voorbij zag komen met betrekking tot Passend Onderwijs en de tijd die leerkrachten te kort komen om deze kinderen goed te begeleiden. De begeleider zal Joas ondersteunen in het leerproces, het aanleren van gedrag etc.

Over een jaar tijd willen we deze twee ochtenden uitbreiden naar fulltime school en geen kinderopvang meer. We zijn zeer benieuwd hoe dit gaat zijn en hoe hij zich gaat ontwikkelen.

Daarbij wil ik zeggen dat wij absoluut niet tegen speciaal onderwijs zijn. Maar als ik zie hoe hij zich op het kinderopvang plus groepje optrekt aan de kindjes ‘zonder iets’ denk ik echt dat regulier onderwijs momenteel zeer goed voor hem is. En zoals ik hierboven al zeg, ik denk dat hij in zijn gedrag misschien achterloopt bij andere kindjes (hij is immers geestelijk toch wat jonger) maar cognitief doet hij absoluut niet onder voor anderen, voor nu.

Mocht uiteindelijk blijken dat hij zich ongelukkig gaat voelen en niet meer past op regulier onderwijs dan zullen wij absoluut openstaan voor speciaal onderwijs. In the end willen we allemaal het beste voor ons kind en willen we dat hij gelukkig is.

Wij gaan nu af en toe al even een kwartiertje binnenkijken bij de basisschool samen met Joas. Dan kan hij nu alvast iets wennen. Zie foto hieronder.

regulier of speciaal onderwijs passend onderwijs