Ik zit aan de rand van het zwembad en voel me plotseling ontzettend eenzaam.
Om me heen drukte en kletsende ouders en spelende kinderen.
Ik voel me moe worden. Intens moe.
En ik wil weg.

De andere ouders geven commentaar op hun kinderen of prijzen ze de hemel in.
“kijk nou eens, staat hij al weer niet te luisteren” “ze snapt niets van dat duiken” “Binnen drie maanden had ze A”

Ik zie de bibberende kleuters en daartussen mijn Susan.
Ze heeft al afgehaakt toen ze het bad in kwam.
De andere kinderen gilden en dat was te veel voor haar. De drie grote groepen zijn haar ook teveel. Ze zit op de rand en plukt aan een spons.
Ze is zo alleen en het liefst zou ik haar zo in mijn armen nemen en nooit meer terugkomen.

Als ze gaat liggen op de natte en koude vloer hoor ik paar ouders lachen: “kijk nou, lekker lui dat kind” “volgens mij is het een downtje”
“ssstt het is haar kind”

Ik sta op en loop naar het zwembad.
De les is afgelopen en ik wikkel Susan in een handdoek. Ze is koud en verdrietig. Ik warm en verdrietig. We knuffelen en knuffelen. “Goed gedaan lieverd, je bent mijn topper”

De moeder naast me kijkt verbaasd. Goed gedaan? Dat meisje dat er bij ging liggen?
Ze snauwt naar kind: “je moet wel opletten hoor, ik betaal niet voor niks”

Ik ben eigenlijk te moe om te rijden. Susan eet stil haar chips op de achterbank.
Dit nooit meer. Het is nu afgelopen.
Ik bel mijn lief en hij krijgt een stortvloed van tranen en frustratie over zich heen.
Met zijn stem, trekt de eenzaamheid weg.
Samen zijn we plotseling weer sterk en bedenken een oplossing.

De week erna zwemt Susan enthousiast heen en weer in een leeg zwembad. Alleen met de juf. Ze zingen een liedje: ‘heb je wel gehoord van de zeven, de zeven, heb je wel gehoord van de zevensprong”
Ik zit alleen achter het glas naar ze te kijken.
Wat fijn dit: de rust, de aandacht, het respect.
Het is ok.

Voor Susan wist ik niet dat anders zijn, zo eenzaam kon voelen.

De week tegen eenzaamheid gaat niet alleen over ouderen.
Hoe schrijnend dat ook is.
Veel ouders met zorgkinderen worstelen ermee.
Hoe goed ze het misschien ook samen hebben.
Het lijkt alsof je alleen bent met je kind in een maakbare wereld vol perfectie
Je weet dat het niet zo is maar het voelt af en toe wel zo.

Maar je alleen of eenzaam voelen is niet zielig.
Het is zoeken naar iets dat wel past of werkt.
Het is even een lief woord, begrip, een uitnodiging, een kop koffie, een bloemetje, respect, erkenning, gezien worden.
Dat geldt voor ouderen, nieuwe Nederlanders, mensen met een beperking, alleenstaanden, mensen die graag een kind hadden gehad.

Geschreven door: Dominique van der Knaap. Zij is de moeder van Susan. Susan heeft het syndroom van down. Dominique plaatste bovenstaand verhaal vandaag op haar Facebook en met haar toestemming mag ik het plaatsen op B-zonder.

eenzaam susan