Kinderen met downsyndroom hebben vaak allemaal een achterstand op het gebied van spraakontwikkeling. Dit heeft verschillende oorzaken. Vaak begrijpen ze echter veel meer dan wij denken. Het begrip van taal is zeker aanwezig. Kinderen met downsyndroom zijn over het algemeen meer visueel ingesteld dan auditief. Visuele uiting van taal (gebarentaal, plaatjes) zal dus eerder worden opgenomen dan gesproken taal.

Leespraat is een methode, ontwikkelt door Hedianne Bosch, waarin wordt ingespeeld op het visuele aspect van taal. Een manier om door middel van lezen tot praten te komen.

Kenmerken van de methode Leespraat zijn:

  • betekenisvol lezen vanaf het begin  (lezen is begrijpend lezen)
  • eigen leefwereld staat centraal  (lezen gekoppeld aan beleven)
  • lezen om te leren praten  (stimuleren van het praten, zinslengte uitbreiden, uitspraak verbeteren)
  • beginnen met lezen op zeer jonge leeftijd  (tussen 2 en 4 jaar)
  • doorgaande lijn tijdens de schoolperiode, waarbij lezen en praten hand in hand blijven gaan
  • het visuele gaat vooraf aan het auditieve en ondersteunt de ontwikkeling daarvan
  • het leesproces verloopt van globaal naar analytisch
  • kinderen leren lezen zoals volwassenen lezen:
    • belangrijkste strategie: directe woordherkenning (‘straat’)
    • tweede strategie: woorddelen herkennen (str -aat)
    • derde, aanvullende strategie: deel van een onbekend woord verklanken (st – r – aat)

Op de basisschool leren kinderen door middel van letters herkennen, spellen, woorden lezen. Bij de methode Leespraat is dit echter een ander verhaal. Hier leren kinderen direct het gehele woord te herkennen. Ze zien het als een soort van plaatje.

Leespraat is een methode die je heel gemakkelijk in het dagelijkse leven kunt gebruiken. Denk bijvoorbeeld als het woordjes plakken op objecten in huis als ‘lamp, stoel, televisie’. Maar ook door woordkaartjes te maken van het speelgoed waar het kind graag mee speelt, bijvoorbeeld ‘bal, auto, puzzel’ of bij het kiezen van beleg voor op brood ‘hagelslag, pasta, appelstroop’.

Door het herkennen van de verschillende woorden zal een kind er ook de klanken bij proberen te zoeken en op die manier meer gaan praten. Doordat ze op een gegeven moment het onderscheid in woorden zien bijvoorbeeld ‘bal en bad’ zullen ze ook beseffen dat de uitspraak dus anders is. Leespraat is een tevens een methode dat door veel logopedisten wordt gebruikt die kinderen met het syndroom van down begeleiden.

Doordat Leespraat zo makkelijk te intergreren is in het dagelijkse leven kunnen ouders ook hun bijdrage leveren. Om goed voorbereid te zijn en de methode te snappen kunnen zij een workshop volgen via Stichting Scope. Hierin wordt de methode uitgelegd en worden er veel handige tips en trucs gegeven op welke manier je het kunt aanbieden aan je kind. Elk kind is weer anders, en het is belangrijk in de belevingswereld van je kind te blijven.

Voor meer informatie omtrent deze methode wil ik u doorverwijzen naar de professionals van Stichting Scope www.stichtingscope.nl 

leespraat bij kinderen met downsyndroomleespraat kinderen downsyndroom