• onderschat

Kinderen met downsyndroom gaan over het algemeen later dan gemiddeld praten, en soms helaas ook helemaal niet. Maar dat ze (nog) niet praten betekent niet dat ze niet begrijpen wat jij tegen ze zegt. Opmerkingen als: ‘Huh, hij snapt wat ik bedoel??’ raken me dan ook regelmatig tot een punt waarop ik zou willen schreeuwen: “HIJ IS NIET DOOF!!!!”

Wordt ‘niet-praten’ dan automatisch gekoppeld aan ‘niet-begrijpen?’. Uiteraard kan dat soms het geval zijn. Ik wil niet elk kind over een kam scheren. Maar ik denk, en ik denk dat vele D-mama’s dit met me eens zijn, dat in het geval van kinderen met downsyndroom dit vaak niet het geval is. En daarmee kom ik ook meteen (wederom) op het punt dat onze kinderen zo vaak onderschat worden.

Ondanks dat Joas nu vier jaar oud is, praat hij nog niet. Maar zijn woordenschat doet absoluut niet onder voor een ander vier-jarig kind. Het probleem is gewoon, het komt er niet uit, althans niet in spraak. Om het even mooi te verpakken: dysfatische ontwikkeling is een neurologische spraak-taalontwikkelingsstoornis waarbij het kind meestal veel meer begrijpt dan het zelf kan zeggen. Wat het eigenlijk betekent is, dat spraak anders binnenkomt bij  kinderen met downsyndroom. Ze verwerken het anders in hun hersenen. Daarboven op speelt verbale dyspraxie een rol. Het gaat hierbij om het onvermogen tot het juist aansturen van de spraakspieren bij het vormen van spraakklanken en voor het combineren van deze klanken tot lettergrepen en woorden. Tja dat wordt het je ook lastig gemaakt om te praten.

Al vanaf jongs af aan gebruiken wij gebaren ter ondersteuning van onze spraak. De ene keer wat meer dan de andere keer. Als het ware maken we onze spraak visueel. Dit doen we deels zodat hij snapt wat wij bedoelen, want kinderen in het algemeen zijn nu eenmaal visueler ingesteld van auditief, vooral op jonge leeftijd. Maar wij doen het vooral zodat Joas zelf gebaren gaat gebruiken om aan te geven wat hij bedoelt.

Maar ondanks dat Joas nog niet praat snapt hij in de meeste gevallen dondersgoed wat er wordt bedoeld. Ondanks dat hij misschien de woorden niet uitspreekt, kan hij denk ik zo’n 35-40 dieren benoemen. Kan hij kleuren onderscheiden en benoemen. Kan hij aangeven dat hij wil slapen, eten, drinken of de Ipad wil (die Ipad wist hij heel snel te benoemen, raar he). Kan hij aangeven welk beleg hij op brood wil en snapt hij als ik zeg ‘we gaan een stukje fietsen’, ‘geef papa maar een kus’, ‘we gaan naar de speeltuin’ etc etc etc etc. Dit zijn echt maar enkele voorbeelden.

Met Joas communiceren is denk ik vooral: oogcontact zoeken, gebarenondersteuning waar kan, en op een normale manier praten. En vooral…. geef hem de tijd om te verwerken wat je zegt. We zien vaak dat dit een aantal seconden duurt voordat hij reageert. Iets wat wij ook hebben moeten leren en wat vooral door de logopedist werd benadrukt. Ga niet meteen herhalen wat je zei als hij nog aan het verwerken is, want dan begint het verwerkingsproces gewoon weer van voor af aan. Geef hem de tijd en geef hem de kans, heb geduld (daar is dat magic-word weer). Hij is echt niet doof!!

Volg ons op Facebook: https://www.facebook.com/bzzonder 

Volg ons op Instagram: https://www.instagram.com/bzzonder

 

downsyndroom en spraak

Overschat of Onderschat

Laatst had ik een gesprekje met iemand over dat het soms misschien een voordeel is dat je bij Joas kunt zien dat hij ‘iets’ heeft, downsyndroom. In tegenstelling tot andere kinderen/mensen waarbij je niet in één oogopslag kunt zien dat ze ‘iets’ hebben. Hier heb ik de afgelopen dagen eens over nagedacht.

In zekere zin ben ik het hier mee eens. Doordat Joas een ‘label’ heeft en mensen het herkennen als downsyndroom is hij minder ‘eng en anders’ voor de maatschappij. Doordat hij een label heeft is het makkelijker om bepaalde zorg aan te vragen en te krijgen, en hoeven wij niet te ‘bewijzen’ dat hij iets mankeert. Dit is immers duidelijk. Doordat er al veel bekend is over downsyndroom hoeven wij niet elke keer het wiel opnieuw uit te vinden. Er zijn vele groepen met andere ouders van kinderen met downsyndroom waar ik dingen kan vragen en waar ik mijn ervaringen kan delen. In die zin is het zeker een voordeel dat bekend is wat Joas heeft en dat de buitenwereld dit ook in één oogopslag kan zien.

Nu ligt naar mijn idee het gevaar in het feit dat, doordat Joas tot een bepaalde ‘groep hoort’, mensen ook bepaalde verwachtingen hebben. Verwachtingen die naar mijn idee soms beneden te maat zijn. Ik denk dat Joas vaak onderschat wordt doordat de maatschappij een bepaald beeld heeft bij downsyndroom. Downsyndroom gaat gepaard met een een verstandelijke beperking wat resulteert in een lager IQ dan gemiddeld. De maatschappij hangt hier snel het kaartje ‘dommig’ aan. En natuurlijk is de ontwikkeling anders dan bij andere kinderen, en gaat alles langzamer. Maar mensen kijk uit met het doen van bepaalde aannames. Ik denk zo vaak op bepaalde (goedbedoelde) opmerkingen: “Uhh ja, maar Joas is niet dom!!!”

En ja, ik doe ook regelmatig verkeerde aannames. Ik vind het ook nog moeilijk en lastig. Want ook al is er veel bekend over downsyndroom, ik kreeg er bij de geboorte geen gebruiksaanwijzing bij. Wij doen ook maar wat. Trial and error zeg maar. Ik betrap mezelf er regelmatig op dat ik denk, “oh dat snapt Joas niet” of “dat gaat te snel voor Joas”. Maar elke keer verbaast hij me weer en voel ik me schuldig. Hij begrijpt echt super veel en kijkt heel veel dingen van anderen af. De beste imitator die ik ken. Ik leer mijn kind ook elke dag een stukje beter kennen. Dus ik snap heel goed dat het voor de buitenwereld nog moeilijker is om sommige dingen te begrijpen.

Ik merk dat ik vaak uitleg waarom we bepaalde keuzes maken en waarom we bepaalde doelen stellen voor Joas. Ik vind het bijvoorbeeld belangrijk dat Joas naar een reguliere basisschool gaat, omdat ik denk dat hij daar een eind kan komen. Het is een pienter leerbaar jochie. We zijn al heel vroeg begonnen met het leren van kleuren, tellen, ABC-liedjes. En dit heeft geresulteerd in het feit dat hij nu al veel kleuren kent, met zijn vingers probeert mee te tellen als ik tel, en het ritme van het ABC-liedje kent. En ja, ik ben ook realistisch genoeg, dat als regulier onderwijs niet blijkt te werken, hij naar speciaal onderwijs gaat. Je moet gewoon goed naar je kind blijven kijken.

Ik krijg vaak de vraag: “Waarom begin je hier zo vroeg mee? Hij is nog zo jong!” Ja dat snap ik, maar bij Joas gaat het om herhaling, herhaling, herhaling. Tot je er zelf een punthoofd van krijgt, zoveel herhaling. En natuurlijk zetten wij hem niet aan tafel om hem te drillen. Alles wordt op een speelse wijze aangeboden en aangeleerd. En echt, als hij geen zin heeft, heeft hij geen zin, al ga ik op mijn kop staan.

Ik wil gewoon niet dat Joas onderschat wordt doordat hij bij voorbaat al in een bepaald hokje wordt gedrukt. Net als alle kinderen zonder ‘iets’, uniek en verschillend zijn, geldt dat ook voor kinderen met downsyndroom. Maar tegelijkertijd ben ik ook bang dat mijn keuzes ervoor zorgen dat Joas overschat wordt. Je weet eigenlijk nooit wat goed is. En gelukkig is het een langzaam proces waar we zelf in meegroeien en waarin ook wij dagelijks nog leren.

Joas in de zandbak