• school

Hoe zal hij het doen? Zal hij zich gedragen? Zal hij op zijn plekje zijn? Is hij gelukkig? Hij is nog maar twee ochtenden geweest, maar wat een spanning… voor mij dan! De eerste schoolweek.

Vorige week zijn de scholen weer begonnen in regio midden. En dus mocht ook Joas, na twee jaar oriënteren en voorbereiding vanuit ons, starten op de basisschool (mijn oude basisschool) voor twee ochtenden in de week. Een moment waar we al heel lang heen leven en naar hebben uitgekeken. Maar ook moment waar ik enorm tegenop zag.

Joas gaat al drie jaar een kinderopvang ‘plus’ groepje waar hij vertrouwd is, waar wij vertrouwd mee zijn en waar we hem met een gerust hart achterlaten. Waar hij zijn peuterjaren is opgegroeid, waar ze hem kennen. En nu, voor twee ochtenden, komt er een einde aan deze vertrouwde omgeving en moet hij weer vanaf nul beginnen. Wennen, structuren leren, regels leren en voor school… mijn kind leren kennen.

En zelfs nu na twee ochtenden vind ik het weer lastig om hem vandaag (dinsdag) weg te brengen. Alhoewel een stemmetje in mijn hoofd zegt: “het gaat echt goedkomen” ben ik uiteraard bang dat het niet lukt. Maar wat kun je nu zeggen na twee ochtenden?? Ik merk dat ik zelf snel snel snel wil, resultaten wil zien. Maar dit is natuurlijk niet reëel. We moeten hem allemaal de tijd geven. En structuren leren kennen is natuurlijk lastig als je maar twee ochtenden gaat in plaats van 3,5 dag. Dus wederom komt daar het woordje ‘geduld’ om de hoek kijken. Mijn sterkste eigenschap (breed lachende sarcastische smiley hihi)

Zijn eerste ochtend, vorige week dinsdag, merkte je aan hem dat hij een beetje verloren was. Er waren natuurlijk veel nieuwe prikkels, veel kinderen, alhoewel hij nu in een klein klasje van 14 start. Maar je merkte dat hij even niet zo goed wist wat er van hem verwacht werd. Uiteindelijk kregen we gelukkig mooie filmpjes van de begeleiding waarop hij aan het dansen was op muziek en buiten speelde met fietsjes en karretjes.

De tweede ochtend, de donderdag, ging voor mijn gevoel aanzienlijk beter en rustiger voor hem. Hij had meer overzicht over de situatie en liep ook meteen naar de juiste klas toe. Jas opgehangen aan de kapstok. En ook die dag kregen we filmpjes en foto’s dat hij in de kring zat, aan het tekenen was en boekjes doorbladerde. Hij deed daadwerkelijk mee in de groep! Wat een opluchting was dit zeg.

En nu vanmorgen.. was hij weer onrustig, boos dat hij de klas niet uit mocht. Dus laten we hopen dat we straks toch een terugkoppeling krijgen dat het over het algemeen aardig goed ging.

En natuurlijk op dit soort momenten twijfel je aan je eigen beslissingen, twijfel je aan je eigen kennis van je kind en vraag je je af of je de juiste keuze hebt gemaakt. Maar met die twijfel voel ik ook meteen het moeder-oergevoel dat me vertelt dat ook ik mijn kind niet mag onderschatten. Want in zijn koppie is het echt een pienter jongetje, een leerbaar jongetje. All we need is time.

spannende eerste schoolweek

Overschat of Onderschat

Laatst had ik een gesprekje met iemand over dat het soms misschien een voordeel is dat je bij Joas kunt zien dat hij ‘iets’ heeft, downsyndroom. In tegenstelling tot andere kinderen/mensen waarbij je niet in één oogopslag kunt zien dat ze ‘iets’ hebben. Hier heb ik de afgelopen dagen eens over nagedacht.

In zekere zin ben ik het hier mee eens. Doordat Joas een ‘label’ heeft en mensen het herkennen als downsyndroom is hij minder ‘eng en anders’ voor de maatschappij. Doordat hij een label heeft is het makkelijker om bepaalde zorg aan te vragen en te krijgen, en hoeven wij niet te ‘bewijzen’ dat hij iets mankeert. Dit is immers duidelijk. Doordat er al veel bekend is over downsyndroom hoeven wij niet elke keer het wiel opnieuw uit te vinden. Er zijn vele groepen met andere ouders van kinderen met downsyndroom waar ik dingen kan vragen en waar ik mijn ervaringen kan delen. In die zin is het zeker een voordeel dat bekend is wat Joas heeft en dat de buitenwereld dit ook in één oogopslag kan zien.

Nu ligt naar mijn idee het gevaar in het feit dat, doordat Joas tot een bepaalde ‘groep hoort’, mensen ook bepaalde verwachtingen hebben. Verwachtingen die naar mijn idee soms beneden te maat zijn. Ik denk dat Joas vaak onderschat wordt doordat de maatschappij een bepaald beeld heeft bij downsyndroom. Downsyndroom gaat gepaard met een een verstandelijke beperking wat resulteert in een lager IQ dan gemiddeld. De maatschappij hangt hier snel het kaartje ‘dommig’ aan. En natuurlijk is de ontwikkeling anders dan bij andere kinderen, en gaat alles langzamer. Maar mensen kijk uit met het doen van bepaalde aannames. Ik denk zo vaak op bepaalde (goedbedoelde) opmerkingen: “Uhh ja, maar Joas is niet dom!!!”

En ja, ik doe ook regelmatig verkeerde aannames. Ik vind het ook nog moeilijk en lastig. Want ook al is er veel bekend over downsyndroom, ik kreeg er bij de geboorte geen gebruiksaanwijzing bij. Wij doen ook maar wat. Trial and error zeg maar. Ik betrap mezelf er regelmatig op dat ik denk, “oh dat snapt Joas niet” of “dat gaat te snel voor Joas”. Maar elke keer verbaast hij me weer en voel ik me schuldig. Hij begrijpt echt super veel en kijkt heel veel dingen van anderen af. De beste imitator die ik ken. Ik leer mijn kind ook elke dag een stukje beter kennen. Dus ik snap heel goed dat het voor de buitenwereld nog moeilijker is om sommige dingen te begrijpen.

Ik merk dat ik vaak uitleg waarom we bepaalde keuzes maken en waarom we bepaalde doelen stellen voor Joas. Ik vind het bijvoorbeeld belangrijk dat Joas naar een reguliere basisschool gaat, omdat ik denk dat hij daar een eind kan komen. Het is een pienter leerbaar jochie. We zijn al heel vroeg begonnen met het leren van kleuren, tellen, ABC-liedjes. En dit heeft geresulteerd in het feit dat hij nu al veel kleuren kent, met zijn vingers probeert mee te tellen als ik tel, en het ritme van het ABC-liedje kent. En ja, ik ben ook realistisch genoeg, dat als regulier onderwijs niet blijkt te werken, hij naar speciaal onderwijs gaat. Je moet gewoon goed naar je kind blijven kijken.

Ik krijg vaak de vraag: “Waarom begin je hier zo vroeg mee? Hij is nog zo jong!” Ja dat snap ik, maar bij Joas gaat het om herhaling, herhaling, herhaling. Tot je er zelf een punthoofd van krijgt, zoveel herhaling. En natuurlijk zetten wij hem niet aan tafel om hem te drillen. Alles wordt op een speelse wijze aangeboden en aangeleerd. En echt, als hij geen zin heeft, heeft hij geen zin, al ga ik op mijn kop staan.

Ik wil gewoon niet dat Joas onderschat wordt doordat hij bij voorbaat al in een bepaald hokje wordt gedrukt. Net als alle kinderen zonder ‘iets’, uniek en verschillend zijn, geldt dat ook voor kinderen met downsyndroom. Maar tegelijkertijd ben ik ook bang dat mijn keuzes ervoor zorgen dat Joas overschat wordt. Je weet eigenlijk nooit wat goed is. En gelukkig is het een langzaam proces waar we zelf in meegroeien en waarin ook wij dagelijks nog leren.

Joas in de zandbak